Buitenlandse student die in Nederland woont heeft geen recht op 30%-regeling - EXTERUS
Wednesday, 26 November 2014

Buitenlandse student die in Nederland woont heeft geen recht op 30%-regeling

Op 27 augustus 2014 is een uitspraak van Gerechtshof Amsterdam gepubliceerd inzake toepassing van de 30%-regeling op een buitenlandse student. In het geschil ging het met name om de vraag of sprake is van ‘een uit een ander land aangeworven werknemer’, wat onder meer vereist is voor toepassing van de 30%-regeling.

De casus

In deze zaak ging het om een Duitse student die in november 2009 in Nederland gestart was met een studie aan een universiteit. Per 1 december 2011 is hij in dienst getreden bij een Nederlandse werkgever. Al die tijd stond hij onafgebroken ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie. De student stelt zich op het standpunt dat uit het arrest van de Hoge Raad van 24 oktober 2008 kan worden afgeleid dat de periode dat een aangeworven werknemer woonachtig is Nederland tijdens zijn stage of studie in Nederland niet in aanmerking dient te worden genomen bij de beoordeling of sprake is van een uit het buitenland aangeworven werknemer. 

Het hof merkt in haar overwegingen op dat het arrest slechts ziet op de situatie dat een werknemer werkzaam is in Nederland op het moment dat hij wordt aangeworven, maar zich nog niet metterwoon in Nederland heeft gevestigd. Anders dan dat de student betoogt, kan uit het arrest niet worden afgeleid dat de periode dat een aangeworven werknemer woonachtig is in Nederland tijdens zijn stage of studie in Nederland niet in aanmerking dient te worden genomen bij de beoordeling of sprake is van een uit het buitenland aangeworven werknemer. Aangezien in dit geval de werknemer in Nederland woonachtig was ten tijde van de indiensttreding bij de Nederlandse werkgever zien zowel de rechtbank als het hof geen ruimte voor toepassing van de 30%-regeling.

Andere uitkomst is ook mogelijk

Wij hebben enkele soortgelijke gevallen behandeld, waaruit blijkt dat de uitkomst voor de werknemer ook positief kan uitvallen. Op basis van de feiten en omstandigheden dient dan wel aangetoond te worden dat werknemer slechts ‘tijdelijk’ voor studie in Nederland is verbleven en dat zijn hoofdverblijf tijdens de studie in Duitsland is gebleven. Graag zijn wij u van dienst bij het beoordelen of de 30%-regeling in uw geval toegepast kan worden.

    © 2015 EXTERUS