Uitvoeringsproblemen dreigen bij afkoop stamrecht - EXTERUS
Thursday, 26 September 2013

Uitvoeringsproblemen dreigen bij afkoop stamrecht

Per 1 januari 2014 wordt de stamrechtvrijstelling voor nieuwe ontslagvergoedingen afgeschaft. Reeds lopende stamrechten kunnen vanaf komend jaar zonder heffing van revisierente ineens worden uitgekeerd. Aan deze fiscaal gefaciliteerde afkoop van stamrechten kleven echter haken en ogen, waarschuwen de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen (NOAB) en NOAB-adviespartner Marree en Van Uunen Belastingadviseurs.

Met de inwerkingtreding van het Belastingplan 2014 zal de stamrechtvrijstelling voor nieuwe stamrechten worden afgeschaft. Een werknemer kan hierdoor een ontvangen ontslagvergoeding niet langer fiscaal aantrekkelijk inkleden door deze om te zetten in een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon. Vanaf 1 januari 2014 wordt de ontslagvergoeding volledig in box 1 in de inkomstenbelastingheffing betrokken als gewoon loon. De consequentie hiervan is dat de werknemer maximaal 52% inkomstenbelasting over de ontvangen ontslagvergoeding verschuldigd wordt. De enige resterende mogelijkheid om ontslagvergoedingen na 1 januari 2014 fiscaal vriendelijk in te kleden is het afstorten van de ontslagvergoeding tot maximaal de fiscaal vrije ruimte in een pensioenpolis.

 

Fiscaal gefacilieerde afkoop

 

Alle vóór 1 januari 2014 toegekende stamrechten blijven onder het oude recht vallen. De eis dat alle op 1 januari 2014 bestaande, onder de stamrechtvrijstelling vallende, stamrechten in periodieke termijnen moeten worden uitgekeerd, vervalt echter. Lopende stamrechten kunnen daardoor, zonder heffing van revisierente, ineens worden uitgekeerd, ongeacht waar of bij wie het stamrecht is ondergebracht. Het is overigens niet verplicht om een op 31 december 2013 bestaand stamrecht af te kopen.

 

Gedeeltelijke heffing

 

De uitkering ineens wordt bij de belastingplichtige in box 1 in de heffing van de inkomstenbelasting betrokken. Als de stamrechtaanspraak in 2014 ineens wordt uitgekeerd, wordt slechts 80% van de uitkering in de heffing betrokken, waardoor het inkomstenbelastingtarief waartegen het stamrecht kan worden afgekocht maximaal 41,6% bedraagt. Het woordje ‘ineens' houdt in dat de heffing over 80% alleen van toepassing is, als de gehele waarde van de aanspraak, het tegoed van de stamrechtspaarrekening of de waarde van het stamrechtbeleggingsrecht in één bedrag wordt uitgekeerd. Behalve een voordeel in de inkomstenbelasting kan ook een voordeel in de Zvw-bijdrage worden gerealiseerd.

 

De fiscaal gefacilieerde ‘afkoop' geldt ook voor stamrechten die in 2013 zijn bedongen. Dus een werknemer die in december 2013 een gouden handdruk ontvangt, kan een stamrecht bedingen en vervolgens dat stamrecht in januari 2014 ‘afkopen', waarbij de afkoopsom wordt belast tegen maximaal 41,6%. In het wetsvoorstel is niet in dit oneigenlijk gebruik van de faciliteit voorzien.

 

Uitvoeringsproblemen

 

NOAB en Marree & Van Uunen verwachten misverstanden bij de uitvoering van de nieuwe regelgeving. De ‘de waarde' van de aanspraak voor de werknemer hoeft niet overeen te stemmen met de fiscale boekwaarde van de stamrechtverplichting op de balans van de eigen BV. Naar Eric van Uunen veronderstelt moet onder ‘de waarde' worden verstaan de waarde in het economische verkeer. En die wordt actuarieel bepaald aan de hand van sterftekansen en marktrente. Terwijl de rekenrente voor de bepaling van de hoogte van de voorziening op de balans van de BV voor zuivere stamrechten ten minste 4% moet zijn. Aangezien de rekenrente is hoger dan de actuele marktrente, is de waarde van de aanspraak voor de werknemer per definitie anders dan de (boek)waarde van de verplichting voor de BV. Omdat bij uitkering van een stamrecht inkomstenbelasting verschuldigd wordt over hoger bedrag dan de fiscale boekwaarde in de BV, zal afkoop van een stamrecht in eigen beheer veelal niet aantrekkelijk zijn.

 

Meer achtergrondinformatie over het onderwerp is te vinden op de website van NOAB.

    © 2015 EXTERUS